Namen Den Briel krijgen een gezicht |
| 25-09-2026 |
De heer Julius Röntgen heeft namen van slachtoffers op het Holocaust Namenmonument geadopteerd. Niet zomaar willekeurige namen, maar mensen uit de omgeving van Den Briel, waar hij woont. Dit toont zijn betrokkenheid bij de streek en de geschiedenis.

Op 10 mei 1871 werd de eerste steen gelegd van de tweede synagoge met daarnaast een bijgebouw met Mikwe (ritueel bad) en op de bovenverdieping het Joodse schooltje.
Op 1 december van datzelfde jaar werd de synagoge ingewijd.
Den Briel telde toen ongeveer 120 Joodse inwoners. Bijna eenenzeventig jaar heeft het gebouw deze functie vervuld. Vanaf de bouw in 1871 tot in het jaar 1942 was de synagoge een plaats van samenkomst voor de Joodse medeburgers uit de stad en omstreken.
In augustus en oktober 1942 werden de 5 Joodse gezinnen: Cohen, Gazan, Gazan, Philipse en Katan, gedeporteerd en niemand kwam terug. De synagoge werd leeggeroofd, kostbaarheden verdwenen. In 1947 werd het gebouw verkocht en veranderde in een pakhuis. De Joodse gemeente Den Briel had opgehouden te bestaan.
Tot 1942 woonden er Joodse families op Voorne-Putten. Maar in dat donkere oorlogsjaar werden ze weggehaald uit de plaatsen Oostvoorne, Brielle, Hellevoetsluis, Heenvliet, Zuidland en Spijkenisse. Toen alle Joden van Voorne-Putten het eiland hadden verlaten bleef alleen Mozes Philipse nog in Den Briel, hij was getrouwd met een niet-Joodse vrouw, maar zijn bioscoop werd hem ontnomen en tot aan de bevrijding was er angst en spanning in het gezin.
De mooie boogramen werden dichtgemetseld. Het ronde raam met Davidster verdween. Het gebouw werd een opslagplaats voor bouwmaterialen. Het bijgebouw waarin ooit de ingang, het Mikwe en het Joodse schooltje was, verloor zijn functie. Het aantal mensen dat nog wist over de oorspronkelijke bestemming werd steeds kleiner. Het verhaal over Joodse families die werden vermoord en een synagoge aan de Turfkade werd op scholen niet verteld.
In 1999 nam ds. Egbert Rietveld het initiatief en verzamelde mensen om zich heen die allemaal dezelfde droom hadden. Aankoop en restauratie van de voormalige synagoge en herbestemming van deze bijzondere ruimte. Kort voor de restauratie was voltooid kwam ook het pandje naast de synagoge te koop. Dit hoorde er tot 1942 bij. Hier was ooit beneden het Mikwe en daarboven het Joodse schooltje. Zo werd het gebouw weer compleet.
De officiële opening werd op de 11e september 2005 verricht door Rabbijn Soetendorp samen met jongeren van ‘Open House Ramle’ uit Israël, die in 2004 meehielpen bij het open bikken van de dichtgemetselde ramen. Drie jaar later kon dankzij een royale donatie van Stichting Christelijke Recreatiecentra ‘De Meeuw’ ook de voorgevel van het ‘Joodse schooltje’ in oude staat worden teruggebracht.
Naast de glazen toegangsdeuren hangt een monument voor de 21 Joden die uit Den Briel werden gedeporteerd. Achter in de grote ruimte hangt een lijst met 45 namen van Joden uit Voorne-Putten. Als blijvende herinnering zijn in 2011 voor hun woonhuizen Stolpersteine gelegd.
Een bijeenkomst waarin we de Joodse medeburgers worden herdacht, die in 1942 uit de Regio Den Briel en Voorne-Putten werden gedeporteerd en zij die werden vermoord in de concentratiekampen Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen of één van de kampen in Midden-Europa.
De jaarlijkse herdenking wordt in het gebouw dat eens de synagoge van de Joodse gemeenschap in Den Briel en omstreken was gehouden op of omstreeks 27 of 28 oktober omdat dit de datum is waarop de laatste Joden, uit de Regio Voorne-Putten, werden weggehaald uit de plaats waar ze soms al vele generaties woonden.
Het begon op 14 augustus toen de jongeren werden opgehaald en via Loods 24 naar Westerbork gebracht. Op 17 augustus 1942 werden de kinderen Gazan: Salomon, Miep, Hanny en Roosje, samen met Nan Wessels uit Oostvoorne gedeporteerd naar Auschwitz waar ze eind september niet meer in leven waren. Op 8 en 9 oktober werden de families Wessels en van Dijk uit hun woonplaats Oostvoorne weggehaald. 27 oktober de Joodse families uit Brielle en Roosje Frenkel uit Hellevoetsluis. Op 28 oktober waren de families uit Heenvliet, Zuidland en Spijkenisse aan de beurt. Voor allen ging de reis naar Loods 24 in Rotterdam en vandaar naar Westerbork.
Sommigen mochten nog een poosje in Amsterdam wonen. Maar niemand van hen heeft hun woonplaat teruggezien. De meesten werden vermoord in de concentratiekampen Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen of één van de kampen in Midden-Europa.
Omdat allen die werden gedeporteerd niet vergeten mogen worden, is er ieder jaar een herdenkingsbijeenkomst. Er wordt aan hen gedacht en hun namen worden genoemd, 45 namen. De oudste, Jannetje Philipse was 97 jaar en de jongste was de 7-jarige Guusje Katan. Er wordt voor ieder een kaars aangestoken en dan branden er 45 kaarsen. Of eigenlijk zijn het er 46 omdat ook de naam van Sophia Berendsen van Dijk uit Ter Borg wordt genoemd, die ondergedoken was in Zwartewaal. Ze werd ernstig ziek en is in 1944 in een ziekenhuis in Rotterdam overleden. Ieder jaar worden al die families die niet terugkwamen herdacht en wordt er stil gestaan bij al die levens vol beloften die werden vernietigd.
Er werden in 2011 Stolpersteine (struikelstenen) gelegd in Den Briel (21), Oostvoorne (6), Hellevoetsluis (1) en Heenvliet (3). In 2012 in Spijkenisse (5) en Zuidland (9). 45 gedenkstenen voor 45 medeburgers, om hen niet te vergeten.?
Röntgen werd op 6 januari 1945 geboren, midden in de oorlog, in het centrum van Den Haag. Zelf heeft hij de oorlog nauwelijks bewust meegemaakt. Toch loopt de herinnering eraan als een rode draad door zijn leven. Tachtig jaar later spreekt hij nog altijd over de noodzaak van herinneren. Als leraar gaf hij zijn leerlingen Paul Celans Todesfuge mee. ‘Pas op, wees voorzichtig. Het gevaar kan terugkomen.’
Het gedicht is voor Röntgen nog altijd actueel. Niet omdat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt, maar omdat de mechanismen die eraan voorafgingen opnieuw zichtbaar kunnen worden.
Röntgen: “Je mag nooit vergeten wat er gebeurd is. Ik had als leraar een missie: mensen iets vertellen over wat er in de oorlog is gebeurd. Dat het belangrijk is om nooit te vergeten.”
Zijn betrokkenheid bij het Auschwitz Comité kreeg later een concrete vorm. Hij adopteerde namen van slachtoffers op het Holocaust Namenmonument. Niet zomaar willekeurige namen, maar mensen uit de omgeving van Den Briel, waar hij woont.
Röntgen: “Ik heb namen gezocht van mensen uit de buurt. Den Briel was voor de oorlog een vrij bruine stad. Er waren veel NSB’ers. Van de ongeveer 73 Joden uit Den Briel en omliggende gemeenten die werden weggevoerd, keerde niemand terug. ‘Niemand’.”
Daarom zijn Stolpersteine voor hem belangrijk. Ze brengen de geschiedenis terug naar de straat, het huis, de plek waar iemand ooit leefde.
Röntgen: “Elke gemeente heeft mensen die daar vroeger gewoond hebben en zijn afgevoerd. Die mensen moeten worden herdacht. Het waren mensen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan onze samenleving. Dat moet je blijven zien. In Den Briel is de voormalige synagoge onderhouden en gerestaureerd. Jaarlijks wordt er een Joodse dienst gehouden ter nagedachtenis aan de weggevoerde inwoners. Dan komen er ook Joodse leiders uit andere plaatsen. Samen gedenken we de mensen die zijn weggevoerd.”
Röntgen is zelf nooit in Auschwitz geweest, wel in Westerbork. Plaatsen waar de geschiedenis tastbaar wordt, blijven volgens hem noodzakelijk. Röntgen: “Je moet blijven laten zien wat er is gebeurd. Daarom zijn bijvoorbeeld Westerbork, Kamp Vught, het Holocaust Museum zo belangrijk. Nooit meer’ is nog steeds actueel.” Dan volgt opnieuw zijn belangrijkste boodschap. Kort, bijna als een opdracht: ‘Daarom moet je blijven waarschuwen. De missie is nog niet voltooid.’
Noot: De term "bruine stad" verwijst naar een stad waar de steun voor of aanhang van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), een Nederlandse fascistische politieke partij, extreem groot was. Of een nazi-bolwerk waar ingrijpende nazi-gebeurtenissen hebben plaatsgevonden.
....................
Iedereen kan bijdragen aan het Namenmonument. Kies de manier die het beste bij u past.
Steun ons >>